De tachtigjarige oorlog, de vrijheidsstrijd van de Nederlanden tegen Spanje, begon in 1568.
Na 20 jaar was er echter nog maar weinig bereikt, de Spaanse landvoogd Parma gaf geen duimbreed toe. Tot het tij keerde: vorst Filips II gaf hem de opdracht ook Engeland en Frankrijk bij het Spaanse rijk in te lijven en hierdoor werd de bevelhebber danig afgeleid. De Staatse veldheren Van Oldenbarnevelt, prins Maurits en zijn neef Willem Lodewijk van Nassau zagen hun kans schoon.
Laatstgenoemde was stadhouder van Friesland en de Groninger Ommelanden, maar dat tweede gebied moest hij nog wel op de Spanjaarden terugveroveren.
Op 15 oktober 1589 zette hij dan ook vanuit Oostmahorn met een leger van 800 man koers richting de schans De Soltcamp, een strategisch punt aan de monding van het Reitdiep, de enige verbinding tussen de stad Gro(e)ningen en de zee. In de Soltcamp was toentertijd slechts een kleine bezetting aanwezig van 84 man, aangevoerd door de edelman Tjaert Herema.
Na een strijd van vijf dagen en beschietingen van de wallen, vond de laatste bestorming plaats en Zoutkamp viel in handen van de Staatse troepen.